Weblog Handy Tibert|NOS|Een dode opa en een dubieuze president
Beste vrienden in Nederland,
De grootvader van mijn vrouw is overleden. Afgelopen zaterdag hebben we hem begraven in Miragoâne, 100 kilometer ten westen van Port-au-Prince. Toen ik daarnaar toereed, kwam ik ook weer langs Leogane, het epicentrum van de aardbeving. Ik klaag altijd wel over Port-au-Prince, maar als je de verwoesting in Leogane ziet: echt de hele stad ligt nog in puin. Maar toch heb ik het idee dat ze het daar wel zullen redden, tenminste dat ze er niet van de honger zullen omkomen: ik zag er stukken groen land vol met groenten, boerderijen en alles. Als ze het daar een beetje organiseren, dan kunnen ze het misschien wel zonder voedselhulp.
Mijn schoonfamilie woont dus in Miragoâne. Volgens mij was dat de eerste haven die weer in bedrijf was na de aardbeving. Ook nu was het er een drukke bedoening. Na 12 januari zijn er nogal wat mensen naar Miragoâne uitgeweken. Bijvoorbeeld ook een tante en een paar neven en nichten van mijn vrouw. Ze kunnen de verhalen uit Port-au-Prince nauwelijks verdragen, laat staan de gedachte dat ze er misschien zelf weer zouden moeten wonen.

In Miragoâne zijn alleen het stadhuis, de kathedraal en een paar huizen verloren gegaan. Verder was er hoegenaamd geen schade. Daardoor konden we ook zonder problemen onze begrafenis organiseren. Het klinkt misschien een beetje gek, als je bedenkt dat ik een paar weken geleden overal de lijken in de straten heb zien liggen, maar omdat ik nu de hele week zo druk bezig ben geweest met deze begrafenis, kon ik me opeens weer heel goed voorstellen wat het is om iemand te verliezen.
De begrafenis kostte trouwens 4000 dollar, een schappelijke prijs voor een nette begrafenis, zeiden ze bij het uitvaartcentrum. Ze willen een beetje rekening houden met de moeilijke situatie waarin zoveel families in Haïti verkeren. Ik zou wel eens willen weten wat je dan vóór de aardbeving kwijt was aan een begrafenis! Vooral voor wat ze hier een vijfsterren-begrafenis noemen. Met een chique hotel voor een receptie en limousines. Ik heb al wel weer zo’n rouwstoet voorbij zien komen in Port-au-Prince.
Onderwijs
Iets anders nu: school. Angee gaat al weer een tijdje naar school en sinds vorige week Nathan ook. Hij voelt zich gelukkig alweer helemaal op z’n gemak nu hij z’n vriendjes teruggezien heeft. En ook omdat de school er veel aan gedaan heeft om de kinderen te vertellen wat ze moeten doen in het geval dat er opnieuw een aardbeving zou komen.
Wat je wel merkt is dat er heel veel leerkrachten zijn verdwenen. Sommigen zijn omgekomen, anderen zijn zwaar gewond geraakt, er zijn er misschien een paar naar het buitenland vertrokken, maar er zijn er ook die ander werk zijn gaan doen. Een vriend van mij bijvoorbeeld werkte als scheikunde docent op een prestigieuze meisjesschool. Nu is hij chauffeur voor een of andere hulporganisatie. Daar verdient hij drie keer zoveel! Geef hem eens ongelijk, maar voor het onderwijs is het natuurlijk heel slecht. Dat zullen we de komende tijd nog wel gaan merken.

Zoals ik in m’n radiocolumn al had gezegd, wil ik nog wat kwijt over René Préval, onze president. Die heeft onlangs een wetsvoorstel voorgelegd aan het parlement om de noodtoestand te verlengen tot 18 maanden, zodat zijn regering zonder al te veel gedoe het geld kan uitgeven dat op de donorconferentie is toegezegd.
Hm, hm… ik heb zo’n gevoel dat dit niet helemaal uit nobele motieven voortgekomen is. De ambtstermijn van Préval duurt nog maar een paar maanden – aan het eind van dit jaar zouden er verkiezingen moeten zijn – dus dat hij nu vrijelijk over al dat geld zou willen beschikken geeft mij geen goed gevoel. We hebben zijn vrouw onlangs leren kennen, toen ze bij de douane in de VS werd aangetroffen met 30.000 dollar in contanten op zak. Om een huis te kopen. Het heeft er toch alle schijn van dat Préval bezig is zich voor te bereiden op een comfortabel pensioen ergens in het buitenland. Maar Bill Clinton en de rest van de buitenlandse gemeenschap menen dat ze de Haïtiaanse regering toch nog maar eens de kans moeten geven hun zaken zelf te regelen. Ik denk dat wij als Haïtianen er goed aan doen een oogje in het zeil te houden.
Dat was het voor nu, tot volgende week.
Salut!












