Terug naar Haiti – Weblog Haiti Eelco Bosch van Rosenthal

22haiti-600PORT-AU-PRINCE – In niets lijkt deze keer op die eerste keer, in januari. Eerst is er het Caribische bandje, vijf koppen groot, dat reizigers verwelkomt op het vliegveld van Port-au-Prince. Vervolgens drukt een douanier demonstratief een stempel in mijn paspoort. En in de aankomsthal staat mijn koffer op me te wachten, ongeduldig bijna, alsof het grondpersoneel alles uit de kast heeft gehaald om de westerse bagageband op snelheid te kloppen.

De Haïtiaanse hoofdstad leeft weer – maar de dood is nog niet vertrokken. Na aankomst rijden we eerst naar de heuvels buiten de stad. Na de vernietigende aardbeving op 12 januari ontstond hier een van de vele massagraven. De lichamen die niet in de aarde verdwenen, zijn verbrand. Wat er over blijft: schoeisel, botten en schedels. Ernaast liggen grote hopen puin, overblijfselen van de gebouwen die zo meedogenloos naar beneden kwamen. In de stad lag het puin in de weg, en dus hebben de Haïtianen het hierheen gebracht. Dader en slachtoffer, naast elkaar.

Aanstaande woensdag organiseren de Verenigde Naties een donorconferentie voor Haïti. De wederopbouw van het land – en de broodnodige hervormingen die daarbij horen – zal zo’n 11,5 miljard dollar kosten, zo beraamde de Haïtiaanse regering. In New York zullen de verantwoordelijkheden verdeeld worden: wat moeten de Haïtianen zelf doen, welke taak is er voor de ngo’s, wat kan de internationale gemeenschap verder doen, nu de Giro 555-achtige acties wereldwijd achter de rug zijn.

Het vliegtuig vanuit Miami bood aardig inzicht in de hulparmada voor Haïti. Een oudere dame uit South Carolina ging Engelse les geven aan achtjarigen. Een katholieke vrijwilliger uit Wyoming had zich gemeld bij een kliniek op het platteland. Een professor in de rechten uit Chicago ging de Haïtianen ‘the rule of law’ bijbrengen. Hoe richt je een deugdelijk rechtssysteem in – het probleem dateert van voor de beving.

’s Avonds rijden we langs het ineengezakte presidentieel paleis. Aangrenzend ligt een van de grootste vluchtelingenkampen van de stad. In het donker zijn de tenten niet te tellen. Het moeten er tienduizenden zijn.

Onze Haïtiaanse assistent Yves (chauffeur, tolk en vader van een gezin) had na ons bezoek in januari gevraagd of ik de volgende keer iets voor hem mee kon brengen. Vanzelfsprekend, had ik geantwoord. Vlak voor vertrek mailde hij zijn verlanglijstje: games voor z’n PlayStation, de een nog gewelddadiger dan de ander. Voor een beetje afleiding, schreef hij er verontschuldigend bij.

’s Avonds in het hotel tover ik een videogame uit mijn koffer. Op de hoes staan twee metalen vechtmachines elkaar naar het leven. ‘Army Of Two: The 40th Day’, staat erboven. Yves is dolblij. “Tomorrow at eight?”, vraag ik nog even. Ik zie al voor me hoe hij zich de hele nacht op zijn game stort, en onze ochtendafspraak vergeet.

“Natuurlijk!”, antwoordt hij, de PlayStation-opwinding nog in de stem. En dan, ineens bloedserieus: “We gaan morgen toch naar een vluchtelingenkamp? Goed idee. You must see this.”

Foto’s: Eelco Bosch van Rosenthal / NOS

Bron Weblog Haiti » Blog Archief » Terug naar Haïti.

Reacties zijn gesloten.

Betrokken bedrijf en Sponsor

ANBI

NCDO