Nieuwsbrief Andre de Waele mei 2010

Haïti Nieuws, mei 2010 20 april – 18 mei

Regentijd

Volgens het Rode Kruis hebben de meeste van de drieëndertig tentenkampen die het bezocht de hevige regenbuien van het afgelopen weekend goed doorstaan. In een paar kampen zijn de tenten niet blijven staan en liepen latrines over. De ontstane waterplassen kunnen een broedplaats worden voor muggen. Opmerkelijk is de moed waarmee de kampbewoners de problemen te lijf gaan. Ze bedenken allerlei manieren om te voorkomen dat het water hun tenten binnenstroomt.

Voorlopige onderkomens

Het ministerie van Openbare Werken is samen met Unops (United Nations Office for Project Service) begonnen de schade op te nemen die woningen en gebouwen door de aardbeving hebben opgelopen. Dit project (2,8 miljoen dollar) wordt gefinancierd door de Wereldbank en de Britse regering. Binnen een half jaar moet duidelijk zijn welke van de 200.000 getroffen gebouwen bewoonbaar zijn of bewoonbaar gemaakt kunnen worden. Voor dit onderzoek zijn driehonderd vakmensen geselecteerd die, na een speciale cursus gevolgd te hebben, vanaf 25 januari door Port-au-Prince trekken. Van iedere woning worden de muren, de balken, de palen, de vloer en de ondergrond onderzocht en daarna gemerkt met de letters Mtptc (de afkorting van het ministerie van Openbare Werken) in de kleur rood, geel, groen of blauw. De rood gemerkte woningen blijken onbewoonbaar en moeten worden afgebroken. Geel geeft aan dat er eerst herstelwerkzaamheden moeten worden verricht om er veilig in te kunnen wonen. De groen gemerkte woningen kunnen betrokken worden en hebben hoogstens kleine reparaties nodig.

Na opnemen van de schade volgen nog drie andere fasen, die samen moeten leiden tot het vaststellen van nationale bouwvoorschriften.

De tweede fase is gestart door Unops en Minustah en bestaat uit opzetten en beheren van in totaal tien kampen in de vijf zones die de regering hiervoor aangewezen heeft. Vanuit haar ervaring geeft Unops technische adviezen om het gevaar van overstromingen te beperken.

In de derde fase moeten noodwoningen worden gebouwd. Een plaats waar die moeten worden gemaakt is al vastgesteld. Het gaat om zeshonderd houten woningen die bestand zijn tegen zware regenval en drie à vijf jaar moeten meegaan. Het doel is zo gauw mogelijk ‘gezinnen een vaste, veilige plek te geven om behoorlijk te wonen, om weer een normaal gezinsleven te kunnen leiden en weer te kunnen werken’.

In de vierde fase richt Unops zich op het herstel van overheidsgebouwen en het herstel van wegen. De weg van Jacmel naar Léogane wordt weer goed begaanbaar gemaakt. Beide wegen werden door de aardbeving getroffen. Ook wordt gedacht aan het schoonmaken van het kanaal dat dwars door de Port-au-Prince loopt en in de zee uitmondt.

De VN hoopt dat op 1 mei 1,3 miljoen mensen een noodwoning heeft. Tot nu toe hebben de VN aan meer dan 3,5 miljoen voedsel verstrekt en zijn meer dan 500 duizend gevaccineerd.

Andere noodhulp betreft

- onderwijs: Unicef heeft voor 1.400 tenten gezorgd voor scholen.

- landbouw: de FAO heeft, behalve houwelen en machetes, aan meer dan 9.000 boeren in Léogane, Petit-Goâve, Jacmel en andere gemeenten 95 ton bonenzaad, 47 ton maïszaad, 30 ton niébézaad en 1,75 ton peulzaad geleverd.

Wederopbouwcommissie

Ondanks het verzet van verschillende senatoren en politici gaat de regering samenwerken met de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap in de wederopbouwcommissie en treedt de noodwet in werking die haar tot december 2011 ruimte geeft besluiten te nemen zonder instemming van het parlement.

De noodwet, die vorige week door de Kamer van afgevaardigden is goedgekeurd, is op 15 april in alle haast ook door de senaat goedgekeurd met dertien stemmen voor, een tegen en twee onthoudingen. (Er ontbraken elf senatoren. Alle negen departementen hebben ieder drie senatoren die ze vertegenwoordigen. red.)

Het blijft een grote vraag of de verkiezingen, die voor eind 2010 gehouden zouden moeten worden, kunnen doorgaan.

Na de aardbeving

Verschillende Ngo’s organiseren voor leerkrachten en jongeren therapiesessies en andere activiteiten om de trauma’s die ze tijdens en na de aardbeving hebben opgelopen te verwerken.

Ze leggen zich ook toe op het bouwen van huizen die bestand zijn tegen aardbevingen, stortbuien en cyclonen.

De universiteit heeft twee jonge ingenieurs een beurs verschaft om aan de universiteit van Purdue (Indiana,VS) geologie en seismologie te studeren. Over drie jaar zullen ze de eerste Haïtiaanse deskundigen zijn op dit gebied.

Regering Préval

Als de verkiezingen die gepland zijn van eind 2010 tot begin 2011 niet gehouden kunnen worden, wil Préval tot 14 mei 2011 aan de macht blijven, de datum waarop hij in 2006 geïnaugureerd werd. Het liefst zou hij verkiezingen willen, maar hij gezien de huidige situatie is het onzeker of deze op tijd gehouden kunnen worden. Hij wil het ambt alleen overdragen als er een nieuwe president gekozen kan worden. Tot nu toe beloofde hij op 7 februari 2011 af te treden, de dag waarop hij gekozen werd.

Op 6 mei 2010 stemde de meerderheid van de gedeputeerden voor verlenging van Préval mandaat. Nu moet de senaat er nog over stemmen.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de verkiezingen nog dit jaar gehouden kunnen worden. Talloze mensen zijn van huis en haard verdreven, er zijn grote organisatorische problemen, er is geen vertrouwen meer in de voorlopige kiesraad de financiering is helemaal afhankelijk van de financiering door de internationale gemeenschap.

Angst na de aardbevingen

In de namiddag van 3 mei veroorzaakten twee naschokken (4.0 op schaal van Richter) paniek in een school, waarbij zes leerlingen gewond raakten. Veel scholen in de hoofdstad sluiten eerder en een groot aantal ouders durft hun kinderen niet naar school te laten gaan.

De kinderen moeten leren wat een naschok is en wat ze, als die zich voordoet, moeten doen. Belangrijk is dat ze niet in paniek raken en in alle richtingen hollen.

Ook zijn er naschokken gemeld in Carrefour-Feuilles, Miragoâne, Saint-Marc en Cap-Haïtien.

Tentenkampen

Rond Port-au-Prince zijn tentenkampen verrezen. Dit vereist het treffen van allerlei maatregelen zoals op gebied van voedselvoorziening, het verstrekken van drinkwater, opzetten van lokale markten, het regelen van het openbaar vervoer. Maatregelen ook op het gebied van hygiëne, gezondheidszorg, elektriciteit en het regelen van openbare diensten.

De regering heeft besloten 1,290 mensen die in kamp in Petionville zijn ondergebracht over te plaatsen naar elders, omdat de plaats waar dit kamp staat onveilig is.

De onafhankelijke expert van de VN wil uitstel van het gedwongen verplaatsen van mensen die in kampen verblijven. Hij vraagt bijzondere aandacht voor vrouwen, kinderen en gehandicapten. Médecins du Monde vindt dat bij deze humanitaire ramp mensen niet zo maar geëvacueerd kunnen worden, maar dat hen een waardig alternatief geboden wordt, dat het gebeurt met respect en dat hun veiligheid gegarandeerd is.

De voornaamste vragen zijn op het ogenblik hoe te voorzien in blijvende huisvesting die bestand is tegen natuurgeweld en hoe te voorkomen dat mensen overal wat neerzetten en op die manier nieuwe krottenwijken ontstaan. Als er geen goed antwoord komt op deze vragen, kunnen opnieuw nieuwe rampen gebeuren zoals op 12 januari.

Veel straten in de hoofdstad liggen nog vol tonnen puin. Tot nu toe is er geen planning gemaakt om dit op te ruimen. Op vragen die over dit en andere problemen gesteld worden reageert de regering met vragen om geduld.

De huurprijzen zijn schrikbarend gestegen, ook al door de aanwezigheid van de internationale organisaties, die over geld beschikken.

Particuliere woningen

Particulieren worden bij het naderen van het regenseizoen ongeduldig. Ze willen zelf hun huizen repareren en willen niet wachten op de inspectie van het ministerie van Openbare Werken. Vanaf 23 januari zijn 35.000 woningen geïnspecteerd.

Protesten

Veel politieke partijen en maatschappelijke organisaties hebben de laatste weken in verschillende steden betoogd tegen het plan van Préval om ook na 7 februari aan de macht te blijven voor het geval er geen verkiezingen kunnen worden gehouden.

Hiervoor kozen ze vooral de 18e mei, het feest van de vlag, waarop herdacht wordt dat Haïti zijn eigen vlag presenteerde en een nationale feestdag is.

Voedseldepots

De wereldvoedselorganisatie heeft dertig plaatsen aangewezen voor opslag van voedsel, dat zal dienen voor eventuele gevallen van nood tijdens de regentijd. Het wil ook een plan maken dat helpt bij de wederopbouw van het land. Het koopt in Haïti geproduceerd voedsel op voor haar noodvoorraden, maar moet daar voorzichtig mee zijn. Te grote aankopen kan de markt verstoren. Wanneer bekend is hoe groot de oogst is van juli 2010, kan het opnieuw producten kopen op de Haïtiaanse markt.

Sheeran, haar directeur, prijst het vermogen van het Haïtiaanse volk om het hoofd te bieden aan de grootste ramp die zich ooit heeft voorgedaan. Maar ‘het land verkeert nog steeds in een crisis, het moet geholpen worden. Het moet de aandacht blijven krijgen van de hele wereld om de hoop niet te verliezen’.

Haar organisatie deelt voedsel uit aan 2,5 miljoen mensen. Eind mei staat die ook garant voor het geven van werk aan 70.000 personen, die daarvoor geld of voedsel krijgen. Ze wil ook de schoolkantines van voedsel voorzien, want ‘het is voor een kind belangrijk dat het iedere dag een verantwoorde maaltijd krijgt’.

Une semaine en Haïti (UsH) heeft haar publicaties weer hervat. Van nu af zal ik alleen aangeven wanneer berichten, zoals dit van hieronder, van elders komen.

Clinton en de assemblage-industrie

Een interessant artikel van de voorzitter van de Amercan Jewish Word Service:

‘De voormalige president Bill Clinton betuigde tijdens een recente hoorzitting van de senaat zijn spijt heeft over de gevolgen voor Haïti van de vrijhandelspolitiek die hij tijdens zijn presidentschap propageerde.

Die kan goed geweest zijn voor sommigen van mijn boeren in Arkansas, maar ze was fout. Iedere dag moest ik leven, ik en niemand anders, met het gevolg van wat ik deed, namelijk de ineenstorting in de rijstbouw in Haïti, rijst dat dit volk moest voeden”.

Jammer genoeg heeft hij gelijk..De snelle vermindering van handelsbarrières in Haïti voor geïmporteerde landbouwproducten, samen met de ondoordachte Amerikaanse voedsel- politiek, gaven de Amerikaanse handel in landbouwproducten de mogelijkheid het land te overstromen met haar goedkope overproductie van rijst, waardoor ze tienduizenden lokale boeren buiten spel zette. Een pond geïmporteerde rijst kost nu minstens een dollar minder dan Haïtiaanse rijst. Hoe kan de Haïtiaanse boer hiertegen concurreren ? De laatste vijftien jaar hebben aangetoond dat hij dat onmogelijk kan.

Voor de tijd van de zogenaamde vrijhandel hoefde Haïti slechts 19% voedsel te importeren en kon het rijst exporteren. Nu moet het meer dan de helft van haar voedsel importeren, inclusief 80% van de rijst die het nodig heeft.

Het komt goed uit dat Clintons mea culpa samenvalt met de tijd dat de joodse gemeenschap wereldwijd zich voorbereidt op het paasfeest. De geschiedenis van het paasfeest herinnert ons er sterk aan dat gemeenschappen voor wat zij nodig hebben niet uitsluitend kunnen vertrouwen op anderen. Zo lang mensen niet in staat zijn zichzelf te helpen, is hulp van buitenaf alleen maar nuttig in de directe nasleep van acute rampen. Voor behoeften voor langere termijn is vooral de gemeenschap zelf aansprakelijk. De les die wij uit het paasfeest kunnen trekken is dat, toen de Israëlieten zich eenmaal in opstand kwamen tegen de slavernij, hun gebeden voor vrijheid werden verhoord.

Vandaag spreekt het Haïtiaanse volk zo luid als het kan. Het wil gehoord worden en een centrale rol in de heropbouw van hun land. Het wil zelf de mogelijkheid hebben om te voorzien in haar voedselbehoefte met door Haïtianen in Haïti geproduceerde producten.

President Préval, zelf een rijstboer, heeft gevraagd de Haïtiaanse boeren financieel te steunen en de landbouwsector nieuw leven in te blazen in plaats van voedselhulp te geven. Préval weet dat blijvend succes bij de wederopbouw afhangt van de mogelijkheid voor de boeren hun eigen voedsel te verbouwen en zelf te voorzien in de voedselbehoefte van het land.

.

Heeft de internationale gemeenschap de boodschap ontvangen ? Dat is moeilijk te zeggen. Zo lang onze regering geen afstand doet van een systeem dat overschotten in de Amerikaanse landbouwsector dumpt in landen in ontwikkeling, zo lang blijven haar pogingen om een eind te maken aan de honger contraproductief. Maar wat zullen de lobbyisten doen ? Het in stand houden van de afhankelijkheid van landen in ontwikkeling is winstgevende business.

De tijd is gekomen om aandacht te geven aan de wens van het Haïtiaanse volk om voor zich zelf te kunnen zorgen. We moeten van de regering eisen dat ze Haïti niet weer ziet als een exportmarkt voor onze overschotten, maar het land ondersteunt in haar poging zelf van Haïti een land te maken dat op eigen benen kan staan, dat gebouwd is een gezonde economie en dat zijn eigen mensen te eten kan geven.

Binnenkort gaat het Congres discussiëren over de 1,6 miljard dollar voor Haïti.

Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl

Reacties zijn gesloten.

Betrokken bedrijf en Sponsor

ANBI

NCDO