Nieuwsbrief Andre de Waele juni 2010
Verkiezingen en politieke onrust
Er is veel kritiek op de regering. Haar wordt verweten dat ze weinig informatie geeft over haar plannen voor de wederopbouw. Préval zelf wordt verweten steeds meer totalitaire trekken te tonen.
De CEP, de voorlopige kiesraad, maakt bekend voorbereidingen getroffen te hebben voor het houden van de algemene verkiezingen, zoals die gepland waren. Vanaf l juli zou een campagne gestart worden om de kiezers te bewegen om te gaan stemmen. De lijst van kiesgerechtigden zal echter moeten worden herzien, gezien het grote aantal doden (officieel meer dan 300.000) en de tallozen die naar elders zijn moeten vluchten.
De OAS (de organisatie van de Amerikaanse staten) zegt voldoende mogelijkheden te hebben om technische steun te bieden en waarnemers te sturen.
De VN heeft een onderzoekscommissie gestuurd die ter plaatse onderzoekt of het houden van verkiezingen binnen de vastgestelde tijd mogelijk is, maar heeft de resultaten hiervan nog niet bekend gemaakt.
Minustah van haar kant laat weten dat zij, wat haar betreft, de veiligheid tijdens de verkiezingen kan garanderen.
De vraag is echter hoe bij de kiezers voldoende vertrouwen te wekken om er aan deel te nemen, omdat de meeste politieke partijen zelf er aan twijfelen of de autoriteiten hun woord zullen houden. Nog steeds geldt de wet op de noodtoestand en Préval heeft te kennen gegeven na 7 februari 2011 aan te zullen blijven, als er geen verkiezingen gehouden kunnen worden. Dat geeft te denken. Sinds enkele weken zetten verschillende politieke partijen en civiele organisaties aan tot burgerlijke ongehoorzaamheid om daarmee Préval, die ze een dictator en schender van de grondwet noemen, tot aftreden te dwingen
Dezelfde politieke partijen verwijten de premier, Bellerive, dat hij een gesprek weigert met de belangrijkste geledingen van het land (inclusief hen zelf). Ze eisen ook dat de leden van de CEP vervangen worden. Ze willen dat het hele verkiezingsproces transparant is, maar hebben ook wat dat betreft geen vertrouwen in de huidige machthebbers.
Wederopbouw (1)
Vier maanden na de aardbeving hebben de autoriteiten nog steeds niet de vertegenwoordigers van de bevolking geraadpleegd over de plannen voor de wederopbouw. Ze beweren dat er geen echte organisaties zijn in de Haïtiaanse maatschappij en zoeken liever de gunsten van de internationale gemeenschap. Ze blijven een politiek van uitsluiting voeren.
Ook is geen enkele Haïtiaanse sociale organisatie vertegenwoordigd op de wederopbouwtop van 2 juni, die gehouden zal worden in de Dominicaanse Republiek. Niet alleen worden de politieke partijen hiervan uitgesloten, maar ook en vooral de sociale organisaties die gewoonlijk aanmerkingen hebben op de financiering van de wederopbouw en op de projecten zelf.
Feest van de vlag
Buiten het politieke geharrewar om hebben enkele duizenden jongeren de kans gekregen om vier maanden na de aardbeving even de stress van zich af te zetten aan stranden ten noorden en ten zuiden van de hoofdstad. Het feest van de vlag (18 mei) was hiervoor een mooie gelegenheid. Er werden ook sessies groepstherapie georganiseerd en andere activiteiten die gericht waren op het loskomen van het recente verleden. Ook elders in het land werd dit feest aangegrepen om kinderen en jongeren ontspanning te bieden.
De officiële plechtigheid vond zoals gebruikelijk plaats in l’Archaie, de plaats waar de nieuwe Haïtiaanse vlag voor het eerst gepresenteerd werd. Leden van de regering Bellerive hielden hun redevoeringen en deden beloften. Tegenstanders demonstreerden, eisten het vertrek van Préval en decentralisatie van overheidsvoorzieningen. De vakbond Batay Ouvriyé (strijd van de arbeiders) protesteerde tegen de plannen om binnenkort (de datum is niet bekend) assemblage-industrie te vestigen in de nabijheid van de vluchtelingenkampen.
Onderwijs
Naar schatting van onder andere de BID (inter-Amerikaanse bank voor ontwikkeling) is de komende vijf jaar twee miljard dollar nodig voor het onderwijs.
Volgens de grondwet moet het basisonderwijs (ongeveer zes jaar) in het hele land gratis zijn. Nu is maar slechts 10% van de scholen in Haïti in handen van de staat, en niet geheel gratis. De rest is eigendom van organisaties zoals ngo’s of van particulieren.
Schulden
Aan de vooravond van de EU-top met de Latijns-Amerikaanse landen en de landen in de Caraïben hebben van 14 tot 18 mei verschillende internationale organisaties in Madrid een bijeenkomst georganiseerd. Ze vragen de internationale gemeenschap Haïti een moratorium van drie tot vijf jaar te verlenen alvorens de economische overeenkomst van 2009 van kracht wordt, de onmiddellijke en totale kwijtschelding van buitenlandse schulden en een samenwerking die de politieke en economische onafhankelijkheid van het land respecteert in plaats van ‘het gebruik van een militaire macht als oplossing van de crisis’.
‘De aardbeving van 12 januari 2010 betekent een nieuwe crisis in dit land dat hard getroffen is door een lange structurele crisis, resultaat van vijfhonderd jaar koloniale en neokoloniale overheersing en door het dertig jaar lang toepassen van een neoliberale politiek’.
Volgens deze organisaties betekent het installeren van de voorlopige commissie voor de wederopbouw, die al eerder in Haïti zelf veel kritiek kreeg, ‘een onder toezicht stellen van het Haïtiaanse volk en zijn vertegenwoordigers en schept het een ontoelaatbaar precedent. Onder het mom van hulp wil Amerika, met medeplichtigheid van de EU, alleen maar haar geopolitieke, economische en militaire belangen verdedigen en opkomen voor de belangen van multinationale ondernemingen, die Haïti willen omvormen tot een grote vrijhandelszone. Daarmee buiten ze haar goedkope arbeidskrachten en natuurlijke hulpbronnen helemaal uit’ Ze vinden dat de Haïtianen zelf de voornaamste actoren moeten zijn bij het vaststellen van de mogelijkheden die de toekomst bepalen.
Minustah
Zes jaar na de komst van Minustah (1 juni 2004) lijkt het verzet tegen haar aanwezigheid als ‘bezettingsmacht’ algemeen te worden. Zeker nadat zij op 24 mei een inval deed op een van de faculteiten van de universiteit. Na een reeks protesten van studenten en van veel maatschappelijke groeperingen heeft Minustah, om de onrust in te dammen, haar excuses aangeboden. Volgens bronnen uit Brazilië (veel leden van Minustah komen uit Brazilië) zou de VN een onderzoek instellen naar ‘buitensporig geweld” dat een Braziliaanse patrouille bij de inval zou hebben toegepast. Een eigen onderzoek wijst daar niet op.
Bij betogingen tegen de regering wordt steeds vaker het vertrek van Minustah geëist. Nieuwe betogingen zijn aangekondigd voor 1 en 8 juni. De blauwhelmen wordt verweten naar willekeur op te treden en zich te gedragen als in een land dat ze veroverd hebben. Hun houding is agressief en ze dreigen met hun wapens. Rijbewijzen worden in beslag genomen en in het verkeer nemen ze zonder meer voorrang. Zelfs voor de politie tonen ze soms geen respect.
In mei was een politiewagen met de inspecteur van politie in Cité Soleil het doelwit van Braziliaanse blauwhelmen. Minustah zegt dat het ging om een controle van een auto waarin gewapende burgers zich bevonden.
De wederopbouw (2)
Op 2 juni is er in Punta Cana (in de Dominicaanse Republiek) een topoverleg geweest met als thema ‘solidariteit na de crisis’. Hieraan namen deel: de president van het gastland, Leonel Fernandez, president Préval, premier Bellerive en Bill Clinton als bijzonder afgevaardigde van de VN.
Terwijl in Haïti zelf betoogd wordt tegen de voorlopige commissie voor de wederopbouw, hebben andere sectoren van de Haïtiaanse maatschappij (ondernemers, vakbonden en de officiële organen zoals de senaat, de Kamer van afgevaardigden en de federaties van gemeentes) hun afgevaardigden naar het buurland gestuurd om deel te namen aan het overleg van de commissie. Eenendertig Haïtiaanse en buitenlandse ngo’s hebben eveneens hun afgevaardigden gestuurd en presenteerden er hun ‘door allen gedeelde opvatting over de samenwerking tussen de ngo’s en de voorlopige commissie voor de wederopbouw’.
Vierenvijftig landen en vijfendertig internationale organisaties hebben eveneens aan de top deelgenomen.
De Dominicaanse Republiek was al eerder gastheer voor de top die de vergadering in New York van 31 mei voorbereidde, waarin verschillende landen toegezegd hebben 10 miljoen te schenken voor de wederopbouw van Haïti.
Een van de plannen die op de top besproken werden betreffen de wederopbouw van de hoofdstad. Het nieuwe Port-au-Prince zou nieuwe zakencentra krijgen, hotels met uitzicht op de oceaan, nieuwe parken en stroomvoorziening gedurende 24 uur per dag. Voor de wederopbouw van het centrum zou 100 miljoen dollar nodig zijn.
Grond in de benedenstad wordt verklaard ‘tot algemeen belang’. Ook private instellingen en privé- personen kunnen er bouwen, maar hun plannen moeten wel passen in de plannen van de regering. ‘Men kan er niet meer bouwen wat met wil’, zegt Bellerive. Het dagblad Le nouvelliste citeert een uitspraak van de minister van Economie en Financiën: ‘Volkswijken (sloppenwijken) zijn geen noodzaak. Er moeten grote projecten voor sociale woningbouw komen. Geleidelijk aan zullen de sloppenwijken vervangen worden door nettere wijken’.
Vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap hebben toegezegd de bouw van 125.000 huizen voor hun rekening te nemen. De VS zullen 47.000 dollar fourneren, Canada 16.500 en het Rode Kruis 10.500.
Venezuela heeft besloten haar olierekening van 395 miljoen dollar in te trekken en is van plan een fonds te stichten van 2,6 miljard dollar als noodfonds voor de jaren 2011 – 2016.
Dankbaar Argentinië
Bij gelegenheid van de tweehonderd jaar onafhankelijkheid van Argentinië (25 mei) zei de Argentijnse ambassadeur: ‘Zonder de doorslaggevende steun van de Haïtiaanse Republiek zouden wij die onafhankelijkheid niet gekregen hebben’. In zijn dankwoord onderstreepte hij hoezeer ‘Haïti is gestraft en, bijna met opzet, in de grootste armoede gestort. En wij zijn mede schuldig’. Veel Latijns-Amerikanen moesten in ballingschap, zoals Simon Bolivar, Francisco de Miranda en Manuel Dorrego. Ze vonden toevlucht in het Haïti van Alexander Pétion, die overwinningen zou behalen op het leger van Napoleon en dat van Engeland en Spanje.
‘De Haïtiaanse soldaten hebben heel Zuid-Amerika doordrenkt met hun bloed, alleen voor onze vrijheid. Pétion heeft onze bevrijders niet alleen munitie en soldaten gegeven, hij heeft ons iets gegeven dat veel belangrijker is, een fundament dat groter en wezenlijker is voor de onafhankelijkheid van Zuid-Amerika: de afschaffing van de slavernij’.
Genetisch gemanipuleerde maïs
De multinational Monsanto heeft Haïti 475 ton maïs aangeboden en ruim 2000 kg groentezaad (volgens Monsanto 4 miljoen dollar waard).
De boerenorganisatie Paysans de Papaye (Mpp) beweert dat het hier gaat om genetisch gemanipuleerd zaad. Ze noemt het ‘een giftig cadeau voor de Haïtiaanse landbouw’.
De minister van Landbouw ontkent dit en zegt alle voorzorgen te hebben genomen alvorens het aanbod van Monsanto te accepteren. ‘Het zaad dat we gekregen hebben voldoet aan de normen van de VN en vormt geen enkel gevaar voor de eigen landbouw’. Hij spreekt van ‘politieke manipulatie’ door de boerenorganisaties.
Mpp bestrijdt dit en beweert: ‘Als we niet oppassen, loopt de nationale voedselsoevereiniteit gevaar te moeten wijken voor het neoliberale kapitalisme’.
Op 4 juni wist Mpp in Hinche (hoofdstad van het departement Plateau Central, 128 km ten noordoosten van Port-au-Prince) enkele duizenden boeren te mobiliseren. Een deel van de zaden van Monsanto werd tijdens deze massabijeenkomst symbolisch verbrand.
Boeren zouden al eerder op verschillende locaties in het land met genetisch gemanipuleerd zaad van Monsanto hebben geëxperimenteerd, zoals in het departement West. Mpp liet een documentaire zien waaruit zou blijken dat dit zaad schadelijke gevolgen heeft voor de grond waarin het werd gezaaid. De documentaire laat de schadelijke gevolgen zien die dit had in Zuid-Amerika en India. Het laat ook de invloed zien die deze multinational uitoefent op de Fda (Food and drug administration) om haar producten in de VS toegelaten te krijgen. De documentaire wijst erop in Canada en de EU Monsanto producten verboden zijn.
Na het symbolisch verbranden van de zaden werd aan alle deelnemers van de manifestatie producten uit eigen bodem aangeboden.
De manifestanten trokken door de stad begeleid door trommels, bamboefluiten, lambi-blazers en andere muziekanten. Ze riepen: ‘Weg met Monsanto’ en ‘Weg met Préval’.
De demonstratie werd aangegrepen om ook te protesteren tegen het verbouwen van biobrandstof zoals de jatrophaplant.
De internationale boerenorganisatie Via Campesina, ook tegenstander van Monsanto, had opgeroepen om op de internationale milieudag (5 juni) maïs- en andere plantjes te poten om duidelijk te maken dat de boeren het milieu in Haïti willen beschermen.
Boeren maken rond de 70% van de bevolking uit. Na de aardbeving hebben ze massaal de vluchtelingen geholpen met voedsel. Ze blijven van de regering eisen dat ze meer investeert in de landbouw en dat ze in de provincie de basisvoorzieningen (gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, water- en elektriciteit, wegennet) verbetert. Ook eisen ze dat de lang beloofde decentralisatie wordt doorgevoerd.
Overstromingen
Eind mei werd gekenmerkt door zware storm en hevige regenval. Honderden huizen zijn door het water verzwolgen, toen rivieren buiten hun oevers traden. Het ergst werden getroffen het noorden, de streek rond Nippes en de departementen Noordoost en West.
Vrijwilligers hielpen de vluchtelingen die nog steeds in kampen zijn ondergebracht. Ze gaven mensen de raad belangrijke documenten goed op te bergen en voorbereidingen te treffen voor het geval ze zouden moeten evacueren. Hun werd afgeraden rivieren over te steken en hellingen te mijden. Chauffeurs bij het openbaar vervoer kregen de raad extra voorzichtig te zijn, vooral vanwege mogelijke aardverschuivingen.
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan @12move.nl












