Nieuwsbrief Andre de Waele juli 2010
Zes maanden na de aardbeving
Bijna een half jaar na de aardbeving moeten in de omgeving van Port-au-Prince nog tienduizenden zich zien te redden in tenten of eigen bouwsels van afvalmateriaal.
In de stad zelf liggen verschillende straten nog vol puin. Onherstelbaar beschadigde huizen zijn nog steeds niet afgebroken.
Voor de wederopbouw heeft de internationale gemeenschap op 31 maart in New York 1 miljard dollar toegezegd, maar alleen Brazilië heeft hiervoor 55 miljoen dollar aan de Wereldbank overgemaakt. Venezuela heeft besloten een fonds te stichten van 2,6 miljard dollar dat bedoeld is om Haïti de komende vijf jaar te helpen. Eerder al het Haïti’s schuld van naar schatting 395 miljoen dollar voor geleverde olie kwijtgescholden.
Het plan van actie voor de wederopbouw en de ontwikkeling van Haïti dat door de regering is ontworpen ondervindt veel kritiek. In een bijeenkomst die door de universiteit is belegd vonden de deelnemers dat het geen oplossing biedt voor de werkelijke behoeften van het volk. Er is ook geen strategie om de plaatselijke kaders bij haar plannen te betrekken. De autoriteiten hebben geen overleg gepleegd met de vitale sectoren van de maatschappij. De president en de regering Bellerive richten zich liever op de internationale gemeenschap om vast te stellen wat gedaan moet worden, ook waar het de geplande verkiezingen betreft.
Stormen en overstromingen
Eind juni werd gekenmerkt door stormen en aanhoudende regens die overstromingen veroorzaakten. Het risico van overstromingen zal nog groter worden wanneer de verwachte cyclonen het land aandoen. Vooral de tentenkampen zullen er zwaar door worden getroffen.
Het aantal daklozen wordt geschat op 1,3 miljoen. Slechts een klein gedeelte daarvan heeft een onderkomen gevonden bij familie of anderszins in de provincie. Overal in Port-au-Prince waar een open plek te vinden was zijn na de aardbeving van afvalmateriaal tenten neergezet. Slechts een deel ervan is vervangen door tenten van het Rode Kruis of andere organisaties.
De VS en de verkiezingen in Haïti
De Amerikaanse commissie voor Buitenlandse Zaken onder voorzitterschap van de democratische senator John Kerry heeft op 10 juni een rapport gepubliceerd onder de titel ‘Geen leiderschap, geen verkiezingen’. In dit rapport wordt Préval aangespoord om zich krachtdadig in te zetten voor het laten doorgaan van de geplande verkiezingen.
‘Zijn inzet moet merkbaar zijn door acties die van dan tot dag plaats vinden’, vindt het dagblad Le Nouvelliste. Het dagblad noemt dit rapport ‘een veiligheidspal voor de verkiezingsdynamiek van de Guatemalteek Edmond Mulet, leider van Minustah, die voor- spelde dat binnenkort de kiezers zullen worden opgeroepen hun stem uit te brengen.
De Amerikaanse commissie vraagt ‘gepaste veranderingen’ in de Conseil Electoral Provisoire (CEP, de voorlopige kiesraad), zoals die maanden lang onophoudelijk geëist werden door verschillende politieke partijen.
Mobiele telefooncentrale
Groupe Medialternatief heeft het initiatief genomen om met een mobiele telefooncentrale en computers mensen in vluchtelingenkampen tot dienst te zijn. Het eerst kwam het kamp in de Pétionville Club aan de beurt. Gedurende een dag konden geïnteresseerden acht uur lang op acht computers internetten. Vooral jongeren tussen 15 en 25 jaar (zestig in totaal) hebben hier gebruik van gemaakt. Het doel is de belangstellenden toegang te geven tot informatie, hun sociale contacten te versterken, hun kennis te vergroten en hen via internet greep te laten krijgen op hun omgeving.
Groupe Medialternatif richtte in 2003 het Télécentre des Jeunes op en wordt gesteund Unicesco, Journalisten zonder grenzen en enkele andere organisaties. Haar bureau werd door de aardbeving verwoest.
Haïtiaans erfgoed
Spanje biedt Haïti veertig containers aan (waarde € 300.000) om zaken die deel uitmaken van het Haïtiaans erfgoed tijdelijk op te slaan. Dat zullen vooral schilderijen en belangrijke histo- rische documenten zijn uit het nationaal archief.
Door de aardbeving, die vooral het centrum van Port-au-Prince getroffen heeft, wordt veel van historische waarde bedreigd, voor zover dat niet al verloren is gegaan, waaronder de Gingerbread verzameling en wat de musea en kerken bezaten.
Verkiezingen een krachtproef
Préval heeft, zonder overleg met de betrokken politieke partijen, aangekondigd dat op 28 november presidents- en Kamerverkiezingen gehouden zullen worden. Het grootste deel van deze partijen en sociale organisaties hebben daar geen enkel vertrouwen in. Ze twijfelen aan de geloofwaardigheid van de CEP, zeker na de verkiezing voor de beschikbare Senaatszetels in april 2009. De meeste herhalen niet van plan te zijn aan de nieuwe verkiezingen deel te nemen zo lang die onder de verantwoordelijkheid vallen van de huidige kiesraad.
De oppositie blijft bij haar mening dat Préval twee keer (1996 en 2006) gekozen is bij verkiezingen die niet ‘transparant, eerlijk en geloofwaardig’ waren.
Een krachtmeting tussen voor- en tegenstanders is te verwachten.
De voorstellen van verschillende maatschappelijke organisaties om de samenstelling van de CEP te veranderen werden door de regering genegeerd. Préval is van mening dat de discussie over de verkiezingen gesloten is, ‘wij moeten verder gaan’. Hij noemt de kritiek op de CEP ‘ongegrond’.
De CEP zelf, die vijf maanden voor de verkiezingen opnieuw heftig bekritiseerd wordt, zegt bereid te zijn een gesprek aan te gaan met haar politieke tegenstanders.
De VN van haar kant zegt blij te zijn dat de regering op de goede weg is door de datum van de verkiezingen vast te stellen.
De verkiezingen zijn door de CEP begroot op 29 miljoen dollar. Haïti zal hiervan 7 miljoen voor haar rekening nemen. Voor de rest rekent men op de internationale gemeenschap.
Ontevredenheid over regeringsbeleid
Grote delen van de bevolking wachten met smart op concrete aanwijzingen dat er een beleid komt dat uitzicht biedt op wezenlijke veranderingen waaraan de Haïtiaanse samenleving behoefte heeft. Ze zeggen niet te weten waar ze aan toe zijn met de regering en maken er geen geheim van massaal actie te willen voeren om een eind te maken aan de traditionele manier waarop het land bestuurd wordt.
Grote ontevredenheid is er vooral over de samenstelling van de commissie voor de wederopbouw, waarvan Bill Clinton het medevoorzitterschap bekleedt en eigen Haïtiaanse inspraak praktisch is uitgesloten. Ook is de noodwet, die Préval gedurende 18 maanden nagenoeg volledige bevoegdheid geeft om zonder instemming van beide Kamers besluiten te nemen, nog altijd onderwerp van kritiek.
Sociale organisaties roepen de burgers op om op te komen voor hun politieke rechten, het recht om in (transparante) verkiezingen eerzame en geloofwaardige personen te kiezen als hun vertegenwoordigers. Ze willen een politiek van gezamenlijkheid om te komen tot een modern en verantwoordelijk leiderschap.
De politieke partijen die zich verzetten tegen de politiek van Préval en premier Bellerive zijn van plan na 13 juli zich nog sterker tegen hun beleid te verzetten. Maar niet vóór 13 juli, het einde van de Wereldkampioenschappen voetbal. Voor voetbal minnende Haïtianen zijn ze een welkome aanleiding zich te ontspannen en plezier te maken.
Herhuisvesting
Nog steeds hebben de autoriteiten die daar verantwoordelijk voor zijn geen plan voor herhuisvesting bekend gemaakt en ook geen melding gemaakt van de criteria waaronder de beschikbare ruimten verdeeld zullen worden.
In een forum over herhuisvesting dat georganiseerd werd door het platform van Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties is hierover gediscussieerd. De deelnemers vonden dat de overheid direct na de aardbeving noodmaatregelen had moeten nemen zoals in oorlogstijd en alle grond tot staatseigendom had moeten verklaren om opnieuw vast te stellen op welke grond gebouwd kan worden. Het is hoog tijd dat de overheid met een plan komt hoe de grond gebruikt kan worden en een politiek van beleid hierover vaststelt.
Dit betekent volgens de directeur van het platform, Camille Chalmers, een radicale breuk met de traditionele houding tegenover het eigendomsrecht en schept een kader om het probleem van de herhuisvesting aan het pakken.
Het recht op huisvesting is een van de pijlers van de mensenrechten. Nu zijn nog meer dan een miljoen personen hiervan verstoken.
Een half jaar na de aardbeving leven zij nog onder de bedreiging van cyclonen en andere rampen en de regering heeft nog steeds geen officiële politiek in zake herhuisvesting
De bilaterale commissie Haïti/Dominicaanse Republiek
Op 30 juli zal de bilaterale commissie Haïti/ Dominicaanse Republiek haar werkzaamheden, die in 2000 gestaakt werden, hervatten. Dit besluit is genomen in het buurland op 29 juni tijdens een overleg tussen de Haïtiaanse en Dominicaanse presidenten.
Alle overeenkomsten die eerder tussen beide landen werden gesloten zullen volgens de Dominicaanse media herzien worden.
De commissie zal geleid worden door de Haïtiaanse minister van Planning, Bellerive, die ook premier is, en zijn Dominicaanse ambtgenoot. Het voornaamste onderwerp van de gesprekken zullen de wederopbouw en de Dominicaanse hulp zijn. Onderwerpen als migratie, handelsbetrekkingen en veiligheid aan de grens staan ook weer op de agenda.
Het aantal Haïtianen dat na de aardbeving in het buurland is gaan werken is volgens de Dominicaanse migratiedienst met 15% toegenomen. Ze acht in de toekomst repatriëring waarschijnlijk, omdat opvang in het buurland niet meer urgent is,
Leon Fernandez, de Dominicaanse president, zal op 30 juli deelnemen aan de bilaterale commissie. De volgende dag zal hij officieel de werkzaamheden openen voor de bouw van de campus van de universiteit in Limonade, in het noorden van Haïti, die door zijn regering gefinancierd zal worden.
Behalve over het hervatten van de werkzaamheden van de commissie hebben Préval en Fernandez op 29 juni ook gesproken over de economische, diplomatieke en culturele relaties tussen beide landen.
Zes maanden na de aardbeving
De inspanningen die gedaan zijn om na de noodhulp blijvende alternatieven te realiseren voor het tot dan toe gevoerde beleid, hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd. De regering heeft geen richtlijnen gegeven of voorstellen gedaan voor een nieuw beleid, maar heeft – zonder nationale raadpleging - gekozen voor de oplossingen die met de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap besproken zijn.
Ook zijn het vooral de vele ngo’s en internationale organisaties die met hun eigen middelen geprobeerd hebben het lijden van de gedupeerden te verlichten. Ze hebben psychologische hulp geboden, voedsel en economische hulp geboden, sanitaire voorzieningen ingericht.
- Vanaf april kunnen veel jongeren die door de aardbeving getroffen zijn weer onderwijs volgen in loodsen, tenten die bestand zijn tegen aardschokken.
- Van de bevolking is voor 90% nu gezondheidszorg bereikbaar, 600.000 kinderen zijn gevaccineerd en tot nu toe is er geen epidemie uitgebroken.
- Voedselhulp werd gegeven aan 4,3 Miljoen personen, 1,5 miljoen heeft een voorlopig onderkomen en 1,2 miljoen heeft dagelijks drinkwater.
- Van de beloofde 2 miljard dollar is slechts 700 miljoen toegewezen en 260 uitgegeven.
- Het puinruimen in Port-au-Prince gaat langzaam. Van de 20 miljoen m³ puin is niet meer dan 20 m³ afgevoerd.
Landbouw
Voor de ontwikkeling van de Haïtiaanse landbouw heeft de Inter-Amerikaanse ontwikkelings- bank (BID) 200 miljoen dollar toegezegd over een periode van vijf jaar. De Amerikaanse regering van haar kant belooft voor het zelfde doel 110 miljoen dollar voor de periode 2010-2011. De Haïtiaanse minister van Landbouw schat dat 790 miljoen dollar nodig is om in vijf à zes jaar de landbouw weer gezond te maken. De private sector moet geïnteresseerd raken om te investeren in de landbouw.
Er wordt voor wat de voedselvoorziening betreft de laatste hand gelegd aan een nationaal programma voor het zo veel mogelijk kopen van Haïtiaanse producten. Naar schatting kan de nationale productie voor 54 tot 56% in de landelijke voedselbehoefte voorzien.
De aardbeving heeft aan de landbouw maar weinig schade aangericht, uitgezonderd in Léogane. Het grote aantal vluchtelingen drukt echter sterk op de beschikbare voorraden.
Beloofde hulp (VK 18 juli – samenvatting)
Leslie Voltaire, de Haïtiaanse gezant bij de VN meldt dat, met uitzondering van Brazilië en Noorwegen, de regeringen nauwelijks over de brug zijn gekomen met hun toegezegde steun. De wederopbouw komt daardoor niet van de grond. Nog wonen 1,5 miljoen mensen in tentenkampen onder erbarmelijke omstandigheden.
De ontwikkelingsorganisaties gaan gestaag door met hun projecten. Volgens de samenwerkende hulporganisaties die in Nederland 111 miljoen hebben opgehaald is nu een kleine 20% hiervan besteed, grotendeels aan acute noodhulp, maar ook de wederopbouw komt op gang. Cordaid bijvoorbeeld is al volop bezig met huizenbouw. Er zijn er nu 150 af, maar dat moeten er eind van het jaar minstens 2.000 zijn. ‘Maar makkelijk is het niet’, zegt woordvoerster Karen Mol. ‘De infrastructuur is weggevaagd en er ligt nog steeds een enorme hoop puin’. De overheid wacht ook op de financiële middelen die zijn toegezegd. Bovendien zijn veel overheidsinstellingen zoals het kadaster weggevaagd. Daardoor is er veel onduidelijkheid over grondeigendom, wat de wederopbouw in alle opzichten hindert.
De Stichting Wederopbouw Haïti van Piet Dijkhuizen verzamelde bijna een miljoen euro die worden ingezet voor de bouw van prefab huizen door Haïtianen zelf. Op die manier wordt ook werkgelegenheid gecreëerd. Inmiddels zijn er 150 van deze huisjes gebouwd vanuit de houtfabriek die gerund wordt door de Nederlandse Evelien de Gier.
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl












