Kind in Haiti _ Weblog Haiti » Blog Archief »
Een jongetje van ergens tussen de één en twee jaar oud. Niemand weet het precies. Niemand weet zelfs hoe hij heet. Daarom hebben ze hem C’est la vie genoemd. Zo is het leven. Tenminste, zo kan het leven zijn, als je een klein weerloos jongetje bent in een kamp voor daklozen in Haïti. Het zit zo: dit jochie is door een bewoonster van het kamp ‘gekaapt, gestolen, meegenomen’ hoe je het ook maar noemen wilt. Misschien had hij geen ouders, maar ook dat is niet bekend. In elk geval belandde hij in de tent van een vrouw die met dat kind onder haar arm bij het distributiepunt een extra portie voedsel kon scoren. Waar het kind zelf overduidelijk niet van heeft meegeprofiteerd: hij kwam zwaar ondervoed, meer dood dan levend in het SOS kinderdorp terecht. Andere kampbewoners hadden de Haïtiaanse autoriteiten getipt. Langzaam maar zeker komt het jongetje weer op krachten met een soort astronautenvoedsel.
De verhalen die je hoort gaan je door merg en been en één ding is wel duidelijk: kinderen zijn ongelooflijk kwetsbaar. Voor verwaarlozing, voor misbruik, voor kinderhandel. In het kinderdorp zijn ze veilig. Krijgen ze fatsoenlijk te eten, genieten ze onderwijs, kunnen ze naar de psycholoog als dat nodig is. Om te praten over wat hun is overkomen. Maar uiteindelijk is het de bedoeling dat ook deze kinderen weer naar huis gaan. En naar huis, betekent in veel gevallen: terug naar je krot in een sloppenwijk. Terug naar een tentenkamp zonder voorzieningen. Want één ding moet je niet vergeten: veel kinderen die voor weeskind doorgaan hebben gewoon nog ergens een vader en moeder. Maar hun ouders hebben van pure ellende soms geen andere keus dan ze te droppen bij een weeshuis. Of erger nog: om ze gewoon de straat op te schoppen.
Iets dergelijks overkwam 33 weeskinderen die werden gekidnapt door een groep Amerikaanse missionarissen. Bij de grens met de Dominicaanse Republiek werden ze tegengehouden. De kinderen hadden geen geldige papieren. De regering maakte er een groot nummer van: zo ga je niet met onze kinderen om. Wat niet iedereen weet is dat deze kinderen helemaal geen weeskinderen waren. Sterker nog: hun ouders hadden ze zelf aan de Amerikaanse zendelingen meegegeven. Omdat ze wisten dat er in Haïti geen toekomst voor hen was. Nu zijn de meesten weer terug. Eén ouderpaar heb ik opgezocht. Het was een vreemd schimmenspel, want er was geen elektriciteit. De ouders legden het allemaal nog een keer uit: de rottende lijken in de straat, dat de kinderen daar ziek van werden, dat je sowieso niet wilt dat je kinderen in zo’n hel groot worden. Maar vreemd genoeg zijn ze nu ook weer blij dat de kinderen terug zijn. Natuurlijk, ze houden van hun kinderen. Ze houden zelfs zo veel van ze, dat ze ze meegeven aan volslagen vreemden die misschien wel de sleutel van het paradijs in hun binnenzak hebben zitten.
Nu staan ze er weer alleen voor. Natuurlijk, we gaan ze helpen. We moeten ze helpen. SOS kinderdorpen heeft daar ook wel ideeën over. Net als veel andere NGO’s. Maar iets in mij zegt dat deze ouders in hun donkere varkenshok – want dat is het – er over een jaar, over vijf jaar, over twintig jaar niet beter voor zullen staan dan nu. En dan is de opwinding over een mislukte kidnapactie of over het verzaken van de ouderlijke plichten allang weer vergeten.
Bron: Roel Pauw Weblog Haiti » Blog Archief » Kind in Haïti.










