Haiti nieuws oktober 2010 | Andre de Waele
Het onderwijs
Als gevolg van de aardbeving moest de opening van het nieuwe schooljaar voor de meeste scholen worden uitgesteld. Leerlingen die weer op weg naar school gingen werden teruggestuurd.
Meer dan andere jaren is het schoolgeld voor veel ouders een probleem. Tachtig procent van het onderwijs is in handen van particulieren of stichtingen. Geen wet die bepaalt wat zij maximaal kunnen rekenen voor het onderwijs dat ze bieden. Een groep ouders eist nu van het parlement dat het een wet hierover uitvaardigt.
Het ministerie van Onderwijs heeft op 8 en 9 september een bijeenkomst georganiseerd met sponsors en ngo’s, die het onderwijs als een van hun activiteiten hebben, om samen met hen de mogelijkheden te onderzoeken om leerlingen, hun ouders en de scholen te helpen. Naar schatting is er voor het nieuwe schooljaar 500 miljoen dollar nodig.
Voor het schooljaar 2010 – 2011 subsidieert de staat de schoolboeken met 70%. Leerlingen van het openbaar onderwijs krijgen de boeken gratis, maar moeten die op het eind van het schooljaar weer inleveren. Leerlingen van particuliere scholen kunnen indien nodig een beurs krijgen. Voor leerlingen van het basisonderwijs blijven de schoolkantines waar ze dagelijks een warme maaltijd krijgen gehandhaafd.
Het is het ministerie van Onderwijs ondanks herhaalde beloften en de bepalingen van de grondwet nog niet gelukt alle leerplichtigen inderdaad een of andere vorm van onderwijs te laten genieten. Van de 3 miljoen hebben 500.000 geen onderwijs gevolgd.
Ook het onderwijs is door de aardbeving zwaar getroffen. Volgens de officiële cijfers zijn er 38 duizend scholieren omgekomen, 1.400 leerkrachten en 150 ambtenaren van het ministerie van Onderwijs. 4.200 scholen zijn verwoest, waardoor er sinds april in grote tenten les gegeven wordt.
Huisvesting
De mensen blijven roepen om normale huisvesting. Zo ook weer op 10 september toen tientallen ontheemden voor de regeringsgebouwen protesteerden tegen hun ‘permanent tijdelijke’ huisvesting.
Demonstranten dreigen de verkiezing van november te boycotten. Zorgen voor een goede huisvesting, voor voedsel, gezondheid en onderwijs voor de kinderen vinden zij belangrijker dan het organiseren van verkiezingen. Ze wijzen er op dat ook zij, de ontheemden, een deel zijn van het electoraat.
Alleen al op Champ de Mars, het vroegere uitgaanscentrum van Port-au-Prince, verblijven volgens de gemeente ongeveer 310.000 daklozen.
Intussen worden steeds meer kleine kampen opgeheven en de bewoners gedwongen naar grote kampen te vertrekken. De onafhankelijke VN-deskundige op het gebied van de mensenrechten, de Fransman Michel Forst, heeft nogmaals aangedrongen op uitstel hiervan omdat ze volgens hem onwettig zijn, plaats vinden zonder instemming van justitie.
Een nieuw Port-au-Prince
Sinds half augustus rijden vrachtwagens met de letters HRG (Haïti recovery group – een samenwerkingsverband van een Amerikaanse en Haïtiaanse onderneming ) door dat deel van Port-au-Prince dat tot algemeen nut is verklaard. De exacte oppervlakte van dit deel is vastgesteld en moet het nieuwe centrum van de hoofdstad worden en dienen als nieuwe plek voor de ministeries en andere openbare gebouwen. Voor de rest is er nog niets bekend gemaakt, geen plattegrond, geen tijdschema voor de te verrichten werkzaamheden.
De stichting Prins Charles stelt 295.000 dollar beschikbaar voor het maken van plannen voor het nieuwe centrum. Op 21 september hebben de minister van Economische Zaken en Financiën en de stichting Prins Charles een overeenkomst getekend waarin o.a. het type plan dat de regering wenst en onder welke voorwaarde de stichting geld zal geven. De overheid zal een deel voor haar rekening nemen.
Het gaat hier om een gebied van ongeveer 200 ha. (enerzijds tussen de rue Capois en de kust, anderzijds tussen de rue St Honoré en rue des Caesars) dat de regering wil inrichten als administratief en financieel centrum. Tot januari 2011 zal de stichting verschillende missie naar Haïti sturen en overleg plegen met de betrokkenen. Tussentijdse rapportages bieden de regering de mogelijkheid beslissingen te nemen over de plaatsen waar de openbare gebouwen moeten komen. De meeste zijn tijdens de aardbeving verwoest.
Er zijn er die zich ongerust maken dat bij het afbreken van gebouwen kostbaar erfgoed verloren gaat. Sommige zijn een paar honderd jaar oud en hebben de aardbeving doorstaan. Zij vinden dat voordat er afgebroken wordt er onderzocht moet worden welke behouden moeten blijven, welke gerestaureerd kunnen worden en dat er overleg moet plaats vinden met de eigenaars.
Het instituut voor behoud van het nationaal erfgoed heeft in haar bulletin van augustus melding gemaakt van een studie die een aantal gebouwen in de omgeving van de marché en fer kenmerkt als deel uitmakend van het nationaal erfgoed. De marché en fer zelf dateert uit het eind van de 19e eeuw en is als gietijzeren gebouw van historische waarde.
Vorming van magistraten
Twintig afgestudeerden van de school voor magistraten die juristen opleidt tot rechters, vervolgen vijf maanden hun opleiding aan de opleiding tot magistraat in Bordeaux. Daarna lopen ze vijf maanden stage in verschillende Franse juridische instellingen. Terug in Haïti volgen ze nog zes maanden een cursus theoretische en praktische scholing.
Eigen voedselproductie
De aardbeving heeft de eigen voedselproductie niet wezenlijk aangetast. Ze is nagenoeg gelijk aan die van 2009.
De FAO voorziet een groei van 15% in de rijstbouw. Door hulp van de FAO en andere VN organisaties hadden de boeren meer water, mest, zaden en kredieten tot hun beschikking dan in 2009. Door gezamenlijke inspanning konden, met het oog op de lente waarin 60% van het voedsel geproduceerd wordt, aan 72.000 boerengezinnen zaad worden uitgedeeld. Op die manier hadden 360.000 personen hun eigen voedsel en konden ze het teveel verkopen om andere uitgaven, zoals die voor de gezondheid, te dekken.
De VN afdeling voor herstel van de landbouw coördineerde de activiteiten van meer dan 170 ngo’s en internationale organisaties om nog eens 80.000 gezinnen te voorzien van gereedschap, mest, waterpompen en kwaliteitszaad.
Hulp van de Caricom
Op het eind van de top ‘Voor een één en solidair Cariben’ van de zestien Caribische staten in Cuba is besloten een fonds (Caricom-Haïti) te stichten voor de wederopbouw van Haïti.
Cuba heeft al de leiding van een project van 600 miljoen dollar voor het herstel van de gezondheidssector, dat gefinancierd wordt door Venezuela en Brazilië.
Volgens de ondertekenaars van het document zijn gezondheidszorg, landbouw, duurzame huisvesting, opvoeding, toerisme, catastrofebestrijding en herstel van de infrastructuur allemaal zaken die dringend moeten worden aangepakt. Ze vragen de internationale donors de beloften die ze deden voor de wederopbouw van Haïti na te komen.
Het orkaanseizoen
Tot nu toe, twee maanden voor het einde van het orkaanseizoen, zijn grote rampen zoals in 2008 uitgebleven. De vier orkanen die toen over het land raasden hebben driehonderd mensen het leven gekost. Wel is er nu sprake van zware regenval, hevige windstoten en storm in nagenoeg het hele land, waarbij verschillende mensen om het leven kwamen. In het zuiden vonden zes personen bij noodweer de dood. Dieren zijn door het water meegesleurd. De grond kan nauwelijks meer water absorberen omdat ze voor 60 – 90 % verzadigd is.
Vooral in het zuidwesten treden rivieren buiten hun oevers.
Op 24 september trok een tornado 30 minuten over het land. Ook hierbij verloren zes mensen het leven. De bijna 13.000 bewoners van de 191 tentenkampen in en rond Port-au-Prince hebben het zwaar te verduren gehad. De schade in de kampen is enorm: ontwortelde bomen, omgewaaide elektriciteitskabel en reclameborden en beschadigde woningen en auto’s. Rond 8.000 tenten werden vernield of raakten beschadigd.
Een groot deel van de hoofdstad zit sinds 24 september zonder elektriciteit. Minstens eenendertig lokale netwerken zijn door de storm zwaar beschadig, hoogspanningskabels zijn losgeraakt.
Alternatieve ontwikkeling
Het Haïtiaanse platform voor alternatieve ontwikkeling (Papda) pleit voor een alternatief financieel systeem voor de heropbouw van Haïti. De solidariteit onder de Haïtianen, die zichtbaar werd na de aardbeving, moet het belangrijkste antwoord zijn op de crisis na de aardbeving. De econoom Camillie Chalmers vindt dat hulp van buitenaf gezien moet worden als een aanvulling daarop.
Papda roept de regering op niet met de armen over elkaar te blijven zitten in afwachting van het geld dat het wederopbouwfonds ter beschikking zou staan, maar dat slechts loze beloften blijken te zijn. De overheid moet proberen de verhoudingen tussen de machtige donors en de arme Haïtiaanse staat te veranderen.
De onophoudelijke regenval tijdens het orkaanseizoen en de tornado van 24 september laten eens te meer de kwetsbaarheid van het Haïtiaanse milieu zien. Deze kwetsbaarheid maakt dat het land steeds afhankelijker wordt en vergroot de dominantie van de internationale gemeenschap, vindt Papda. Hetzelfde geldt voor de tijdelijke bouwcommissie. Wat doet de commissie eigenlijk? ‘Het is niet te accepteren dat negen maanden na de aardbeving slechts 4% van het puin is opgeruimd, dat maar 2 à 3% van het beloofde geld beschikbaar is en dat een orgaan als de tijdelijke opbouwcommissie die zo’n grote verantwoordelijkheid op zich genomen heeft niet meer dan drie keer vergaderd heeft’.
Evaluatiecommissie
Een evaluatiecommissie van de afdeling humanitaire hulp en van bescherming burger- bevolking van de Europese commissie heeft vier dagen onderzoek gedaan naar de situatie van de 1,3 miljoen mensen die nog in kampen leven. De leider van de missie vindt ‘een goed doordachte planning voor de herhuisvesting van de vluchtelingen essentieel. Terugkeren naar hun wijken kan alleen maar als het puin is opgeruimd. Het opruimen van dit puin vraagt een enorme investering en een goede coördinatie door de nationale autoriteiten. Zonder beide is een echte wederopbouw onmogelijk’.
Hij merkt op da humanitaire hulp, zoals de Europese commissie gegeven heef, een antwoord is voor de korte termijn en niet geschikt om problemen op middellange en lange termijn op te lossen.
Van de 315 miljoen euro die de Europese commissie en de lidstaten hebben als geschonken voor hulp werden 120 miljoen door beide afdelingen uitgegeven.
Rijstoogst verdrievoudigd
Ten zuiden van Port-au-Prince is de regering met medewerking van Taiwan begonnen met een project dat de naam kreeg ‘intensivering van de rijstbouw in de regio Torbeck’.Taiwan neemt daaraan deel met menskracht en door een schenking van 15 miljoen dollar.
Van november 2009 tot oktober 2010 is de productie gestegen van 1,5 naar 4.5 ton per ha. Dat is meer dan de lokale behoefte. Het is nu zaak elders voldoende afzetgebied te vinden.
De bedoeling is in totaal 3.000 ha in te zaaien. De benodigde irrigatiekanalen (12 km) zijn al gegraven. De 1.500 ha die nu geoogst zijn bewijzen de goede opzet van het project. Taiwanezen maken zich klaar om de resterende 1.500 ha klaar te maken.
In tegenstelling tot wat de gewoonte is, wil men de zak als maat invoeren. Tot nu werd de rijst per emmer verkocht.
Het project voorziet ook in de mogelijkheid de boeren krediet te verlenen.
De minister van Landbouw, Joannes Gué, is blij met dit project dat ‘interessante resultaten laat zien en hoopvolle perspectieven’. Hij wil in het kader aan de wederopbouw van Haïti de ontwikkeling van de landbouw de eerstkomende jaren prioriteit geven.
Wederopbouwcommissie
De (voorlopige) wederopbouwcommissie heeft haar derde vergadering gehouden. Deze vond plaats in de voormalige Amerikaanse ambassade. In het begin van de vergadering werd er op aangedrongen iedere vergadering te laten beginnen met een verslag van de projecten die in vorige vergadering werden goedgekeurd en de bevolking in te lichten over de vorderingen van de projecten.
Clinton deelde mee dat nu 30% van het toegezegde geld is overgemaakt. De vorige vergadering was dat slechts 13%. Ook het geld dat de VS beloofd heeft zou binnenkort worden overgemaakt. Hij betreurt het dat slechts een parlementslid overmaking tot nu toe blokkeerde. Dit probleem lijkt nu opgelost.
De verkiezingen
De verkiezingsstrijd lijkt te zijn losgebarsten. Volgens een eerste peiling zou de kandidate voor de Verenigde Nationale Progressieve Democraten, Myrlande Manigat, de meeste kansen hebben voor het presidentschap. Bij een tweede peiling behoudt ze deze positie, maar de tweede en derde plaats komen nu toe aan andere kandidaten dan in de eerste peiling. Het is onduidelijk of deze peilingen enige waarde hebben.
Belangrijker is een opmerking van Edouard Alexis, die door Préval in 2006 tot premier werd benoemd. Alexis heeft met het oog op de verkiezingen niet geaarzeld te spreken van het verstrekken van wapens, maar zei daarbij niet wie dit zou doen. Bij de opening van zijn campagnebureau zei hij dat president Préval bezig was alles in het werk te stellen om aan de macht te blijven. ‘Dat zullen we niet accepteren’. Hij zegt daarbij dat er in het land wapens worden uitgedeeld. Dit heeft tot grote onrust geleid bij de andere kandidaten. Een van hen, Leslie Voltaire zegt: ‘De woorden van Alexis moeten heel serieus genomen worden. Als premier leidde hij de Raad voor Nationale Veiligheid’. Een andere notabele vindt de uitlatingen van een voormalige vertrouweling van Préval ‘zeer ernstig’. Volgens hem zou de regeringscommissaris Alexis moeten uitnodigen om zijn beschuldigingen (t.a.v. Préval) te onderbouwen. (Haïti en Marche. Revue de la semaine 8 ctobre 2010)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl










