100 tenten, een volle vrachtwagen, op naar Haïti naar Kenscoff !

Vrijdag 19 februari 2010 om 5 uur wakker, douchen, wat drinken en dit verslagje maken.
Ziko verwacht dat het 10 uur duurt voordat wij bij de grens met Haïti zijn. Ik heb grote twijfels. Het voelt spannend hoe zal het gaan. Al verwacht ik dat wij de goederen wel snel zullen krijgen.

Nadat wij de beide chauffeur in hun hotel hadden opgehaald, zijn wij naar het vliegveld gereden. Ik mocht naar het kantoor van de douane toe. Alle ambtenaren kwamen binnen in het kleine kantoor. Na een half uur kwam de man die mij de juiste papieren gaf. Met een speciale ambtenaar zijn wij naar de douane gereden. De loods stond vol met goederen. Ik mocht niet rondlopen om onze spullen te zoeken. Er was goede controle, maar het was er ook rommelig. Iedereen bleek erg aardig en hulpvaardig. Toch moesten wij wachten tot een heftruck gerepareeed was, zodat de goederen aan de achterkant naar buiten konden worden gereden. Nu kwam er ruimte om bij onze pallets te komen. Wij moetsen mee om onze pallets te zoeken. Wat mooi de namen te zien: Stichting Naar School in Haïti, Laura, Bianca, Aranea! Alle papieren met de inhoud van de doos er opgeplakt. Eindelijk stonden de eerste pallets op bij de vrachtwagen. Er kwamen drie mannen helpen de vrachtauto te laden. Dat was een grote meevaller. Bijna twee uur is er heel hard gewerkt. Op het dak van de vrachtwagen waren 28 tenten neergelegd met nog wat dozen en een grote tas. In de vrachtwagen de rest. Alle hoeken en gaten zijn opgevuld. Alles kon er in, dit had ik neit gedacht. Er waren nog net twee zitplaatsen voor de chauffeurs.

Tegen elf uur zijn wij gaan rijden. Redelijke wegen met veel bochten. Wij kwamen door veel kleine plaatsen. Erg goed was te voelen dat de vrachtwagen zwaar geladen was. Alexander en ik kregen elke keer een hartverzakking of adreanaline stoot van de schrik. Ziko, een erg aardige jongeman, reed prima, maar keek bijna nooit in de spiegels. Een spiegel stond helemaal verkeerd. Samen hebben Alexander en ik Ziko lesgegeven in spiegels kijken, richtingaanwijzer gebruiken, invoegen en op de rechter weghelft rijden. Tegen vijf uur waren wij in Santo Domingo, wat een drukke volle stad. Ziko had zijn examen aan de universiteit niet kunnen doen omdat wij te laat terug waren. Hij studeert medicijnen. Gelukkig mag hij het maandag doen.
Een andere chauffeur nam plaats achter het stuur. Na veel files waren wij om 6 uur eindelijk de stad uit. Ik had de chauffeurs gezegd dat de grens om 6 uur dicht gaat. Zij zeiden dat wij er wel door zouden komen. Ik sprak mij twijfel uit.

Het was een enorme rit. Over heel slechte wegen, door drukke plaatsen, stijle hellingen, de ene keer er tegenop kruipen, de andere keer naar beneden. Onze chauffeur toonde zijn vakmanschap, wat dat betreft konden wij ontspannen zitten. Maar …. het was stik donker, veel auto’s hadden geen goede verlichting, veel wegen waren erg slecht en helmaal niet te praten over de andere enorme trucks met containers er achter die onverantwoord hard en te veel op het midden van de weg reden. Dit doen wij nooit meer, zeiden Alexander en ik tegen elkaar. Wij waren allebei moe, af en toe vielen wij in slaap, dan schrokken wij weer wakker doordat de vrachtwagen gevaarlijk slingerde of opeens remde en bijna de kant in werd geduwd. Als ik dit had geweten, dan was ik ’s avonds niet meer gaan rijden, maar lekker in een hotel gaan slapen.
Een kapotte vrachtwagen blokkeerde de weg, later bleek dat wij er toch langs konden, het ging met moeite.

Tegen 12 uur kwamen wij bij de grens, deze was gesloten. De chauffeurs hebben met allerlei commandanten gesproken, de grens ging niet open. Ik moest nog naar een hoge pief toe, het hielp niet. De chauffeur wilde ons wel naar een hotel rijden, ik zei dat wij allemaal in de auto zouden slapen. Weer rijden en dan geld betalen voor 4 uurtjes slapen, zonde van het geld. Ik moet bekennen dat ik ook dacht: dit is jullie straf! Ik heb met onderbreking ruim 4 uur zittend geslapen op de chauffeursstoel. Alexander zat of lag op de voorbank er naast.

Ik had weer het idee in een film  mee te spelen. Het was zo onwerkelijk. Mij was aangeboden dat ik tegen betaling in een huisje mocht slapen. Ik had dit afgewimpeld, het voelde niet prettig. Later bleek dit te kloppen. Twee hoertjes liepen er rond, de soldaten met groot geweer keken de meisjes na. Zij hadden eerder ook geprobeerd met mij te praten, ik verstond hen niet, maar ik kreeg er een onprettig gevoel bij. Alexander en ik zaten in de auto. Op een moment was er een fatsige man, hij opende zijn broek, pakte het hoertje beet en reed tegen haar aan. Na even stapte zij achteruit en liet merken het zo niet te willen. Hij draaide haar om en ging door. Naast hen stond een groepje soldaten. Ik dacht echt van wat krijgen wij nu. Gelukkig kon de vrachtwagen op slot en kwamen er steeds meer auto’s, dat gaf veiligheid. Ik heb nog heel redelijk kunnen slapen.

Om 5 uur ging de grens open, er werd niet streng gecontroleerd, wij konden doorrijden. Heel vreemd was dat de Haïtiaanse grens een uur later pas open ging. Het zeggen dat het hulpgoederen waren voor Haïti, dat deed overal de deuren opengaan. De wegen waren enorm slecht, op veel, zeg maar op de meeste plaatsen was geen asfalt meer. Gaten, stenen, bulten en ga zo maar door. Er kwam nog een controle post op Haïtiaans grondgebied, men zei dat zij ook slachtoffers waren, dus alle drie een tent moesten hebben. Ik heb gezegd dat dat niet kon, dat dat ondercorruptie viel en dat wij Nederlanders wel helpen in Haïti, maar niet aan omkoping doen. Ik vond het erg spannend om te zeggen, wat zou er gebeuren? Zij lieten ons gaan en wensten ons een goede reis! Pfffff een hele opluchting. Ik voelde mij heel sterk het te durven zeggen.

Het was nog een reis van bijna twee uur naar Kenscoff. Langzaam klom de zwaar bepakte vrachtwagen tegen de bergen op.

Reacties zijn gesloten.

Betrokken bedrijf en Sponsor

ANBI

NCDO